Fruitteelt en commissiehandel De Ruiter V.o.f.

Organische bemesting legt basis tot kwaliteitsfruit

Door verandering in de mestwet en het beschikbaar komen van goede verwerkbare en hoge kwaliteit organische mest hebben wij besloten om onze mestkarren om te bouwen voor het aanbrengen van vaste organische mest.

De teelt van kwaliteitsfruit is een combinatie van gewasbescherming, bemesting en teelthandelingen.
Een goede bemesting is een jaarrond proces en begint al in het vroege voorjaar.
In dit artikel nadere aandacht voor organische bemesting op hoofdelementen en regelgeving.

Mineralenbeleid

Sinds enkele jaren is het nieuwe mineralenbeleid en daaraan gekoppeld de mestwetgeving van toepassing. Hoofdlijn van het beleid is uitvoering van Europese regels met als lange termijndoelstelling een evenwichtsbemesting waarbij de aanvoer van mineralen door bemesting gelijk staat aan de afvoer van mineralen door afvoer van geteeld product. Bij meerjarige gewassen speelt bovendien de inbouw van voedingsstoffen in het hout een belangrijke rol. Hiertoe zijn gebruiksnormen per teelt opgesteld, die hoogst waarschijnlijk jaarlijks aangescherpt worden.

Stikstof

Bij een productie van 40 tot 60 ton fruit per hectare, zal jaarlijks 90 tot 130 kg zuivere stikstof aan de bodem worden onttrokken. De meeste stikstof wordt binnen de boom gebruikt voor de vorming van bladeren en nieuw houtweefsel. Stikstof staat hiermee als belangrijkste hoofdelement aan de basis van het assimilatieproces, ook wel de motor van de boom genoemd. In het streven naar continue hoogst mogelijke producties is zowel de totale hoeveelheid stikstof van belang, als de verdeling van de stikstofgift gedurende het groeiseizoen. Zo ontstaat niet teveel groei, maar wel de hoogste productie. Men dient een uitgebalanceerde hoeveelheid stikstof te geven, omdat een overmaat aan stikstof niet alleen resulteert in meer groei, maar ook in minder kleur en een minder goede bewaarkwaliteit. Een tekort aan stikstof resulteert daarentegen in minder maat, een gele grondkleur en minder bloemknopvorming. De kleuring zal juist beter zijn.

De norm voor stikstof is per fruitsoort en grondsoort wisselend tussen de 137,5 en 185 kg per hectare. De meest geteelde fruitgewassen, appel en peer, worden in het algemeen op kleigronden geteeld. In dat geval geldt een stikstofnorm van 175 kg per hectare per jaar. Binnen de opgestelde wet- en regelgeving komt de fruitsector hiermee redelijk uit.

Fosfaat

Een tweede voedingselement dat van belang is in de fruitteelt is fosfaat. Fosfaat is belangrijk voor een goede wortelvorming en wortelactiviteit. Binnen de boom zorgt fosfaat voor een goed transport van de assimilaten. Een goede fosfaattoestand van de vruchten, zorgt ervoor dat de vruchten steviger zijn en minder butsgevoelig.

Binnen de nieuwe wetgeving, is de mogelijkheid om fosfaat toe te dienen, gerelateerd aan de bodemvoorraad, gemeten als zogenaamd Pw getal. Dit getal laat de gemakkelijk beschikbare fosfaatvoorraad zien. De ervaring leert dat bij een goede bodemvoorraad, een extra fosfaattoediening niet leidt tot meer fosfaatopname door het gewas. Om deze reden is een onderhoudsbemesting aan fosfaat dan ook veelal voldoende.

Om de juiste fosfaatruimte te weten is bemonsteren cruciaal. Vanaf 1 januari 2010 bepaalt de voorraad fosfaat in de bodem de gebruiksnorm op uw bedrijf. Is de bodemvoorraad niet hoog, dan kunt u een hogere gebruiksnorm aanvragen. U hebt dan wel een grondmonster nodig als bewijs. Deze monsters moeten worden gestoken door een geaccrediteerd laboratorium bijv: ALTIC in Dronten, BLGG in Oosterbeek of Laboratorium voor grond- en gewasonderzoek Zeeuws Vlaanderen. Let op: bij niet bemonsteren valt uw perceel automatisch in de hoogste fosfaatklasse en geldt de laagste fosfaafgebruiksnorm.

 

 Gedifferentieerde P-gebruiksnorm bouwland op basis van de Pw 
Bouwland 2009 2010 2011 2012 2013
P hoog >55 85 75 70 65 55
P neutraal 36-55 85 80 75 70 65
P laag <36 85 85 85 85 85
P arm <25 160 120 120 120 120

Kalium

Kalium is een heel essentieel voedingselement voor fruitgewassen. Kalium is belangrijk voor de uitgroei van de vruchten, de vorming van suikers (smaak), kleuring en mate van verruwing. Een overmaat aan kalium geeft meer kwaliteitsproblemen, zoals stip en lenticelspot. Er is een sterke relatie tussen produktie en kaliumverbruik door het gewas. Bij een productie van 45-60 ton verbruikt een perceel appels circa 120-150 kg K2O per hectare per jaar. Bij peren ligt het verbruik nog 20% hoger. Indien de bodemvoorraad voldoende hoog is, zal dus jaarlijks120 - 150 kg K20 gegeven moeten worden.

Organische mest

Uitrijden van bemestingOrganische mest kan een goede bron van bovengenoemde meststoffen vormen. In toenemende mate wordt drijfmest bewerkt met een mestscheidingsinstallatie. Vooral de dikke fractie sluit goed aan bij de bemestingsbehoefte van fruitgewassen. Deze dikke fractie is eenvoudig met een champostkar uit te rijden. Dit kan bijvoorbeeld in maart/april/mei gebeuren. Vaste mest heeft als goede eigenschap dat het een groot vochthoudend vermogen heeft en is goed verwerkbaar. Daarnaast is het een schoon product en zorgt het voor structuurverbetering van de bodem. Ook heeft het een positief effect op het organische stof gehalte in de bodem.

De stikstof uit organische mest komt op basis van bodemtemperatuur grotendeels pas vanaf de 2de helft mei beschikbaar, omdat pas op dat moment het bacterieleven in de bodem (mineralisatie) op gang komt. Een organische bemesting in het voorjaar kan dus qua stikstof vooral als ondersteuning van de stikstofbehoefte in de periode na half mei gezien worden. Een geringe basisbemesting met anorganische stikstof (kunstmest) in maart/april blijft noodzakelijk voor een voldoende beschikbaarheid van stikstof rondom de bloei en celdelingsperiode. Dit is essentieel voor een goede doorgroei en uitgroei van de vruchten en voor een goede bloemknopvorming. In het algemeen zal 25 kg nitraatstikstof reeds voldoende zijn om de boom in de periode rond de bloei voldoende stikstof te geven.

Het scheiden van mest gebeurt thans volgens een nieuw methode, namelijk met een schroefpersfilter. De dikke fraktie die hierbij overblijft heeft de volgende gehaltes. Deze gehaltes wisselen per rundveehouder. Bij iedere partij mest die word gescheiden word een apart monster genomen.

 Gebaseerd op 1000 kg vaste rundveemest uit mestscheider 
Element Kilogrammen
Stikstof 4,2 kg
Fosfaat 2,7 kg
Kali 6,5 kg

Bij het gebruik van deze vaste fractie is het een voordeel dat in de fruitteelt, op kleigronden, de vaste fractie het gehele jaar uitgereden mag worden. Binnen de mestwetgeving geldt een gebruiksnorm van 60% voor de stikstof en 100% voor de fosfaat. Indien een teler 75 kg fosfaat mag geven, kan hij dus circa 28 ton van dit product aanwenden. Dit komt neer op 117 kg stikstof, waarvan er gedurende het jaar circa 60% van deze hoeveelheid voor het gewas beschikbaar komt. Dit komt neer op ruim 70 kg N/ha. Daarnaast wordt 182 kg K2O meegegeven. Dit is ook al ruim voldoende als onderhoudsbemesting voor fruit.

Meten is weten

Bij gebruik van organische mest, is het belangrijk om iedere 3-5 jaar een grondmonster te nemen om te kijken of de diverse voedingselementen goed in balans blijven met elkaar. Zeker bij inplant van een perceel is een grondanalyse noodzakelijk. Dit is het enige moment dat voedingsstoffen die moeilijk de grond in gaan, zoals calcium, aangevuld kunnen worden. Bij een lage pH kan een reparatiebemesting met landbouwkalk uitgevoerd worden, welke direct door de bouwvoor gewerkt kan worden. Ook kali en fosfaat kunnen in grotere hoeveelheden ondergewerkt worden.

Na de junirui is het nemen van een bladanalyse op productiepercelen begin juli noodzakelijk voor inzicht in de actuele voedingstoestand van de boom. Op basis van de bladanalyse en verwachte productie kan de basisbemesting van het voorjaar aangevuld worden, zodat een maximale uitgroei en vruchtkwaliteit verkregen wordt.